Verbeelding die stroomt

We kamperen in het wild op het Schotse eiland Arran. Vanaf de zuidpunt van het eiland kijken we uit over de zee: een prachtig idyllisch plekje. Met het vallen van de avond is er een Duits gezin naast ons komen staan. Ze zijn degelijk voorbereid: binnen no time hebben ze zichzelf geïnstalleerd en genieten ze van de ondergaande zon. Als ik onze buren eens wat beter bekijk, valt me iets op: ze hebben drie kinderen, maar hebben geen speelgoed bij zich. Als we even later in gesprek zijn met hen vertelt Hendrik, onze buurman, dat ze eerder nog wel Lego meenamen, maar dat de kinderen zich tegenwoordig uitstekend vermaken met wat op hun kampeerplek voorhanden is. ‘Laat ze hun verbeelding maar gebruiken,’ zegt Hendrik. Ik knik instemmend. Van kinderen opvoeden weet ik niet veel, maar wat ik hier zie raakt me. Jezelf met niets vermaken in onze cultuur van overvloed en consumptie. Een knappe ouder die dat voor elkaar krijgt bij zijn kinderen bedenk ik bij mijzelf.

Overnachtingsplek Arran (zuiden), Schotland

Niet lang na onze ontmoeting met Hendrik en zijn gezin valt mijn oog op een stuk over de Amerikaanse schrijfster A.M. Homes. Zij geeft college op de vooraanstaande universiteit Princeton over ‘het verzinnen van dingen’. Het klinkt stompzinnig, dat is het niet. In het artikel zegt Homes: ‘ … Mijn schrijfstudenten op Princeton moet ik er constant toe zetten om iets te verzinnen. Om niet alleen over zichzelf, of mensen zoals zichzelf te schrijven. Op Princeton zitten de slimste kids van het land, en toch hoor ik ze zeggen: ‘iets verzinnen, wat bedoel je?’ Precies het schrijven opent volgens Homes de mogelijkheid je te verplaatsen naar het écht andere. Het maakt dat bijvoorbeeld een witte man in de huid van een zwarte vrouw kan kruipen en andersom, vanuit de intuïtie dat voorstelling en verbeelding niet exclusief zijn, maar dat we in verbeeldingskracht over kunnen steken naar de ander. Schrijven zorgt er volgens Homes zo voor dat je ‘vooruit leest in de cultuur’ en het heden en de toekomst beter kunt begrijpen. Ze eindigt met een kritische noot: ‘Princeton kan wel zeggen dat het de leiders van de toekomst opleidt, maar totdat deze mensen iets leren uit te vinden en een visie ontwikkelen, zullen ze niet leiden, maar slechts absorberen en volgen.’ Verbeelding dus: niet als iets extra’s waar we tegen heug en meug óók nog bij stil moeten staan, maar als noodzakelijkheid: verbeelding als brug naar de ander, een grond-ingrediënt voor empathie en voor het je kunnen verplaatsen in de complexiteit die ons omringt en op ons afkomt.

De Duitse buren op de overnachtingsplek in het zuiden van Arran

De Nederlandse schrijver en jurist Maxim Februari constateert in een recente column iets soortgelijks als Homes. Als lid van de jury van de Libris Literatuurlijst in 2017 beoordeelde hij meer dan tweehonderd romans van hedendaagse auteurs. Wat hem bij het lezen daarvan opviel was dat veel handelingen van boekpersonages volledig waren uitgeschreven. Weinig wordt meer aan de lezer zelf over gelaten: ‘afgemeten’ en ‘rechtlijnig als een filmscript’ wordt de lezer mee op weg genomen. Net als Homes ziet Februari dat de verbeelding ver te zoeken is.

Februari sluit zijn scherpe column niet af met een sneer naar de schrijvers. Hij wijst in plaats daarvan op de maatschappelijke hick ups die ons omringen en waar de schrijvers zelf uitingsvorm van zijn. Het is onze cultuur die volgens hem niet mee neuriet. Ook nodigen wij jonge mensen te weinig uit tot experimenteren, zowel in de openbare ruimte als in het landschap. Het maakt dat mensen – schrijvers incluis – vooral binnen de lijntjes kleuren, bang om te worden afgerekend in een cultuur die haast lijkt te verdrinken in prestatiedruk.

Het zijn woorden die me op wat pessimistische momenten wat onrustig maken. Het helpt me als ik op deze momenten terugdenk aan de woorden van Hendrik. Ik zie de kinderen weer spelen op het grasveldje op Arran in de ondergaande zon. Ze leven een hoopvol verhaal dat op veel plaatsen in stilte aanwezig is, maar waar vaak overheen gekeken wordt. Ze leven een verhaal waarin ik wil geloven. Ik zie een toekomst waarin de verbeelding stroomt.

– Thijs –