Vreemde gezichten

De afgelopen maand hebben we verschillende uithoeken van Polen gezien. Na een warm familiebezoek in het westen reisden we naar de noordelijke stad Gdańsk (het voormalige Danzig). Van daaruit naar de oerbossen in het oosten op een steenworp afstand van de Wit-Russische grens. Na de hoofdstad Warschau te hebben aangedaan in het midden van het land zakten we af naar het zuiden. We bezochten de oude stad Krakau en verbleven de laatste dagen in het Tatragebergte.

Het prachtige berggebied in het zuiden van Polen vormde de afsluiting van een mooie en bewogen maand. We bezochten mooie steden maar ook onwerkelijke plekken. Zo waren we in Mazurië – het noord-oosten van Polen – bij Hitlers Wolfsschanze: een megalomane verzameling van bunkercomplexen waar der Führer verreweg de meeste tijd gedurende de Tweede Wereldoorlog verbleef. Ook bezochten we, nabij Krakau, Auschwitz. Nieuw waren de verhalen die we er hoorden en lazen natuurlijk niet, maar de waanzin en de pijn van deze plaats blijven ieder bevattingsvermogen te boven gaan. Inktzwarte vlekken wennen nooit.

Als op een ander continent

Met het passeren van de Slowaakse grens gebeurde er iets onverwachts. We zagen van het ene op het andere moment tal van mensen met een geheel ander uiterlijk dan dat we tot dan toe hadden gezien in Polen. Blanke Poolse gezichten maakten plots plaats voor donker getinte mensen die er haast Indiaas uitzagen. Tal van dorpen in Midden- en Oost-Slowakije bleken geheel bevolkt door Roma.

Het contrast raakte me. Polen vond ik witter dan wit. Zelfs met een vergrootglas was het zoeken naar een ander tintje. Het platteland van Slowakije leek daarentegen niet op een buurland, maar op een land gelegen op een heel ander continent.

Grote ogen

Wij keken met grote ogen naar de verandering die zich, met het passeren van de grens, binnen een uurtje op haast onwerkelijke wijze voltrok. Huizen maakten plaats voor bouwvallen. Sommige mensen woonden zelfs in krotten, zoals ik ze eerlijk gezegd alleen eerder heb gezien in sloppenwijken. Ik zag een povere levensstandaard die we in Nederland helemaal niet meer kennen.

Tegelijkertijd vielen wij ook op. De vele kinderen op straat, maar ook de ouderen op bankjes keken ons na terwijl wij rustig voorbij sukkelden in ons rode busje. We keken niet alleen naar vreemde gezichten, we waren zelf ook vreemde gezichten. Passanten met een vreemd kenteken. Voor eventjes in een geheel andere wereld.

Één Europa

De plotselinge verandering galmt nog na. In mijn gedachten over Europa bijvoorbeeld. Hoe vanzelfsprekend is de veronderstelde eenheid eigenlijk? Ook deze andere wereld voorbij de Slowaakse grens is Europa. Maar daar sta ik eerlijk gezegd in mijn alledaagse leven in Nederland niet vaak bij stil. Ook schuurt het gelijkheidsprincipe. Hoe gelijk zijn we eigenlijk? Het gemak waarmee wij ons door Europa verplaatsen staat in schril contrast tot al diegenen die worden tegengehouden door harde grenzen. De een heeft toch meer rechten dan de ander. Het is een ongemakkelijk en confronterend gegeven. Ik besef het me meer dan ooit nu we onderweg zijn.

– Thijs –