Op de grens

We zijn inmiddels in Wales. Daar wijken we wat af van ons vertrouwde reisritme: niet langer zijn we iedere dag onderweg. In plaats daarvan bezoeken we vaker kleine boerencampings. Dat geeft een andere dynamiek. Er is meer ruimte en rust om de ervaringen van de afgelopen tijd op te schrijven. De inspiratie stroomt bij ons allebei. Ideetjes, plannetjes, beelden: ze dienen zich voortdurend aan. Tijdens het wandelen, tijdens gesprekken, zelfs tijdens het slapen vallen ze binnen. Als genode gasten, in het holst van de nacht.

Ook kijken we soms series en films op onze kleine iPad. De afgelopen dagen hebben we naar Stranger Things gekeken: een serie vol jaren tachtig pastiche, over een dorp waar op mysterieuze wijze mensen verdwijnen. Het levensgrote gevaar te verglijden in goedkope horror-kitsch, wordt kundig vermeden door uitstekend regie- en acteerwerk. Winona Ryder heeft mijn hart gestolen. Het maakt dat ik als horrorschuwe man (als ik een clown zie begin ik al te hollen), geboeid heb gekeken.

Wat me het meest fascineerde is (niet gevreesd, ik zal niets verklappen) hoe het kwaad in onze alledaagse realiteit probeert door te breken. Het duwt zich in de serie door de muur van de woonkamer en slaapkamer zonder zich gelijk prijs te geven. Een beetje zoals je je hand of gezicht in een strak gespannen stuk elastisch plastic kan drukken. Of, zo je wilt, je vinger in een ballon, zonder dat hij knapt. De aanwezigheid van het kwaad dringt binnen in de woonkamer en raakt je lijfelijk aan.

De serie doet me denken aan het boek House of Leaves van de Amerikaanse auteur Mark Danielewski, waarmee ik mijn eigen boek Thuis zijn in het onbekende open. Danielewski schrijft over een huis dat vanbinnen groter is dan vanbuiten. Van het ene op het andere moment is er opeens een deur, die toegang geeft tot een ruimte die eindeloos uit lijkt te dijen. Wat eerst een kastruimte is, verandert al snel in een gang. De gang blijkt toegang te geven tot een ruimte, die onderdeel blijkt te zijn van een stelsel dat leidt naar een trap de diepe duisternis in. Als je binnen treedt, verliest de ruimte zijn logica, en doorgangen en richtingwijzers verschuiven en lossen op. Eenmaal binnen is het de vraag of je ooit weer buiten komt.

House of Leaves maar ook Stranger Things plaatsen je als lezer of kijker op een grens. Op een lijn waar het onbekende zich aandient, waar het ongekende zich aan je opdringt. Tuurlijk, boek en film werken met verzonnen beelden en verhalen maar appelleren ook aan de oneindige diepte van de eigen menselijke geest. In ons onderbewuste kan het soms spoken als op een stormachtige donkere zee. Ook kunnen innerlijke kamers zo groot, gecompliceerd en duister zijn dat sommigen erin zoek raken: gevangen in een binnenwereld van spekgladde zwarte muren, zonder begin- en zonder eindpunt. Zo bezien is de uitgestrektheid van het onbekende en gevaarlijke een ongemakkelijk beeld van onze eigen geest.

De grens waar het onbekende zich aandient is een gevaarlijke plaats, maar ook een plaats van schoonheid. Creativiteit, genialiteit, maar ook waanzin, liggen soms akelig dichtbij elkaar. Op de grens laat het elementaire zich heel puur kennen. Onlangs stuurde een vriend van mij me een tekst toe. Daarin gebruikte hij een aantal gedichten van de Zweedse dichter Tomas Tranströmer. Ik was onmiddellijk geraakt door de helderheid van Tranströmers woorden. Ergens schrijft hij:

Twee waarheden naderen elkaar. Eén komt van binnenuit, één van buitenaf en waar zij elkaar ontmoeten bestaat een kans jezelf te zien. (…) En er is een boot die aan wil leggen – dat precies hier probeert – hij zal het duizendmalen proberen. (Prelude I-III, Het wilde plein, 100-101, vertaling Bernlef)

Treffend laat Tranströmer zien dat twee punten naar elkaar toe bewegen. Het ene komt van binnenuit, het andere van buitenaf. We zoeken, maar worden tegelijkertijd ook gezocht. Of we nu willen of niet, het zal ons willen vinden.

Het maakt de grens tot een intrigerende plaats. Het is de plaats waar licht en duisternis worden geboren, en waar – zoals de dichter zo mooi zegt – de kans bestaat om onszelf te zien: het mooie én het ongemakkelijke. Waar de schoonheid vertoeft, maar ook de waanzin.

Aan het einde het eerste seizoen van Stranger Things zien we dat het verhaal voorlopig verder gaat. Het geeft ons wat te kijken in het donker. Samen liggend in ons daktentje bovenop de bus, vertoeven wij nog even op de grens.

Liggend in de daktent. Alles is donker, slechts ons kleine lampje geeft wat licht.

– Thijs –

Morsen met de tijd

‘Ons kuier on drink. Ons praat en ons lag. Ons kan lekker gesels*. Tot laat in die nag. Ek vertel van n boek. Wat ek het gelees.’

Zie hier ons huidige leven. Het liedje ‘Ons mors ons tyd’ in het Afrikaans van Stef Bos komt vaak spontaan naar boven bij mij de laatste tijd. De betekenis van het liedje gaat om iets anders uiteindelijk, maar het gaat mij om de eerste regels en vooral het refrein: ‘ons mors ons tyd’, dat steeds in mij klinkt. Want dat zijn wij aan het doen: tijd morsen.

Een tijd lang leven zonder planning en zonder agenda. Zien wat de dag ons brengt. Voelen waar we zin in hebben. Maar ook: meebewegen met wat ons overkomt, in welke omstandigheden we staan geparkeerd, wie we ontmoeten, wat voor weer het is. Dat dat heus niet allemaal één groot feest is lees je in het eerder gepubliceerde stuk van Thijs, ‘itinerant zijn is hard werken’. Het ‘kost’ best wat tijd om ons te verplaatsen, ons huishouden op de vierkante meter te doen, etcetera. Maar om al dit geregel heen, ontbreken afspraken, een plan, dingen die ‘moeten’. En dus klopt het aardig met ons leven nu hoe Stef Bos het ‘morsen van de tijd’ in de eerste regels van zijn liedje omschrijft. Het voelt als een ongekende luxe. Juist door deze directe tijdsbeleving, of beter gezegd het ontbreken van kloktijd, raak ik geïnspireerd, word ik creatiever en voel ik mij meer verbonden met de wereld en mensen om mij heen, ook met de mensen die ik mis en nu fysiek meer op afstand zijn.

Onlangs las ik het artikel ‘Je moet veel meer lummelen en niksen’. Dat gaat over het nieuwe boek van Alan Lightman (hoogleraar Menswetenschappen): In Praise of Wasting Time. Het NRC noemt het boek een ‘vurig pleidooi voor veel meer nutteloos rondhangen’. Lightman zegt tegen NRC Veel mensen, zelfs hele landen, vertonen bijna robotachtig gedrag. … We hebben amper nog tijd om te reflecteren, bijvoorbeeld op onze waarden. Wat vinden we belangrijk in het leven? We hebben geen tijd meer om daar rustig over na te denken. We hollen van de ene toets naar de volgende vergadering, proberen altijd online en verbonden te blijven. En het wordt erger.

Le mailleralye sur seine, Frankrijk

Mijn eigen huidige ervaring met het morsen van de tijd en het artikel in het NRC helpen mij na te denken over de invulling van mijn dagelijks leven in Nederland, zo ook over de teamsessies en heidagen die ik regelmatig geef. Ik weet dat juist even een wandeling maken midden tijdens zo’n sessie vaak juist zorgt voor meer creativiteit of betere oplossingen. Ik probeer ook altijd een dergelijk element in te brengen. Of een kennismakingsronde waar ieder vertelt over zijn / haar leven zonder strakke tijdslimiet. Het is dan net of er allerlei maskers afvallen en we met elkaar veel meer ons eigenlijke natuurlijke menselijk gezicht laten zien. Waar veel meer verbinding ontstaat. Maar toch, tijdens zo’n sessie moeten we toch weer naar een gezamenlijk plan en moeten we afspraken maken met elkaar. En ikzelf zit dan zelf ook weer meer in de modus van het houden aan de opzet die ik vooraf met de opdrachtgever heb afgesproken.

Ik broed op ideeën hoe ik dit kernachtige gevoel meer kan inbrengen in mijn werk straks. Maar dat broeden doe ik op momenten dat dit invalt en zonder schema. Ik ben immers aan het morsen met de tijd.

– Barbara –

Harris, Outer Hebrides, Schotland

 

 

 

 

 

*(Gesels = (volgens Google Translate) chatten)

 

Natuurlijk gelukkig

Harris, Outer Hebrides, Schotland

‘Voor geluk…. Wat is er weinig nodig voor geluk! … het kleinste, het zachtste, het lichtste, het ritselen van een hagedis, een zucht, een zweem, een blik – weinig zorgt voor het beste geluk. Wees stil.’

Bovenstaand citaat schreef ik lang geleden op. Ik kom hem onderweg weer tegen, ergens in mijn documenten. Het is een citaat van Friedrich Nietzsche dat Eckhart Tolle aanhaalt in zijn boek De nieuw aarde. Herkenbaar, het is een weten dat je stil kan maken. Zo ervaar ik soms ineens de diepgang van de aarde, van het leven. Soms, want meestal – vaak gedurende een werkweek – heb ik daar geen echte aandacht voor. Mijn geest wordt in beslag genomen door dagelijkse beslommeringen: werkafspraken, klusjes in huis, allerhande sociale activiteiten, een continue to do list. Om mijn kern te voelen, start ik de dag vaak door te beginnen met bewust stil zijn. Of mediteren, hoe je het noemen wilt. Een kort moment, zo’n tien minuten, waarna ik alles helderder zie en ervaar.

Nu we hier in de natuur van Schotland verblijven, hoef ik mij nauwelijks aan te zetten tot stilstaan. Het gebeurt als vanzelf, waar we ook heenrijden, wandelen of met ons busje (‘in het wild’) staan. Overal is de overweldigende en tegelijkertijd vanzelfsprekend aanwezige natuur. Met de minuut anders, door de lichtinval, door de wolken, door de stand van de zon.

Pennyglen, Culzean bay, Schotland

Het brengt mij terug naar een ontmoeting met de Schotse Rhona, enkele dagen nadat we aankwamen in Hull vanuit Rotterdam. Rhona woont al jaren in Noord-Engeland. We hebben een gezellig avond in de grote motorhome van haar en haar vriendin Alice. Onder begeleiding van Britse popmuziek en gin, hebben we mooie gesprekken. We praten ook over Thijs’ boek Thuis zijn in het onbekende. Het raakt haar diep gevoelde overtuiging dat de natuur een waardevolle sleutel kan zijn. Zo heeft de natuur haar persoonlijk altijd geholpen tijdens moeilijke periodes in haar leven. Al op jonge leeftijd zocht ze de schoonheid van de natuur op. Het gaf haar de rust en kracht die thuis grotendeels ontbrak. Ze noemt zichzelf niet religieus of spiritueel en spreekt niet over God of de kosmos. Het simpelweg zijn in de natuur zijn en respecteren dat natuur groter is dan onszelf, geeft haar een rotsvast fundament. Door aandachtig om haar heen te kijken, lossen haar problemen niet op maar ze kan ze zo wel beter in perspectief plaatsen of op zijn minst beter aan. De eenvoud die hierin schuilt vind ik prachtig en is voor mij herkenbaar.

Hoe mooi is het dat ik na deze bijzondere ontmoeting dat citaat van Nietzsche weer tegenkom. Het resoneert hier op reis sterk bij mij. Middenin de natuur en ‘los van alles’, voel en ervaar ik dat er weinig nodig is voor geluk. De stilte leidt bij mij tot verwondering, die op zijn beurt weer mooie ontmoetingen en gesprekken met zich meebrengt. Het raakt het leven in zijn kern.

– Barbara –

Waarheid waar de ander niet in past

Reizen door katharengebied: het heeft iets intrigerends en iets sombers tegelijkertijd. Het leven dat deze ‘zuivere’ mensen leefden sprak in de tijd van Dominicus al velen tot verbeelding. Hun populariteit is daarnaast nooit meer weggeëbd. In een golvende beweging keert de aandacht voor hun denken en hun zienswijzen om de zoveel tijd weer terug. Vaak toegesneden op de behoeften van de tijd en ontdaan van zijn scherpe kantjes: de extreme afkeer van het vleselijke wat afgezwakt, de nadruk op de reinheid ten opzichte van een kerk die ver is afgedwaald van de boodschap van Jezus wat aangedikt. De somberte overvalt me als ik stil sta bij de vele drama’s die zich zo’n achthonderd jaar geleden in de Pyreneeën hebben voltrokken. Met een beroep op de waarheid zijn veel katharen op de brandstapel verbrand. Het leed moet onnoemelijk zijn geweest op die momenten en de waarheid ver weg bovendien.

De meest iconische naam die verbonden is met de katharen is misschien wel Montségur. Deze oude katharenburcht wordt vandaag de dag vooral druk bezocht door new agers en andere bezoekers die zich spiritueel aangetrokken voelen door de mensen die hier ooit een hard en sober leven leidden. Het maakt dat deze ruïne op een hoge kale berg mag rekenen op een gestage stroom van geïnteresseerden van heinde en verre, die zich niet laat afschrikken door de steile klim omhoog.

Als wij na vele kronkelpaden door de Pyreneeën aan het begin van de avond ons busje parkeren onderaan de berg komen de laatste dagjesmensen naar beneden. De parkeerplaats is nagenoeg leeg. Op een bord naast de weg omhoog lees ik dat de burcht tot zes uur ’s avonds bezocht kan worden tegen een bescheiden vergoeding. Aangezien we een uur of drie hebben gereden om hier te komen negeer ik het bord en volg het steeds smaller wordende pad de hoogte in.

Bij het beklimmen van de berg vallen me de vele gladde afgevlakte stenen op waar ik mijn voeten op zet. Puntige stenen hebben in de loop der tijd hun scherpte verloren door de nieuwsgierigheid van een ontelbaar aantal bezoekers. Ook ik voeg er een bescheiden hoeveelheid stappen aan toe. Niet zozeer omdat ik hier iets hoop te vinden, maar meer omdat ik voor korte tijd een plek wil aanraken waar licht en donker zo intens zijn samengekomen. Een donkerte die bovendien niet losstaat van het ontstaan van de orde der predikers en de liefde voor waarheid die zij zo koestert en waarmee ik mij persoonlijk verbonden voel.

Eenmaal boven blijkt van de oorspronkelijke ruïne weinig meer intact. Toch is de beladen geschiedenis van deze plaats voor mij goed voelbaar. De nu verstilde plaats vormde halverwege de dertiende eeuw een verhit strijdtoneel tussen kruisvaarders en katharen. De laatsten, zo was het idee, waren zo ver afgedwaald van de kerkopvattingen van Rome, dat hen een halt toegeroepen diende te worden. Niet langer mochten hun opvattingen wortel schieten in de hoofden en harten van mensen.

De gedachte dat na de val van Montségur meer dan tweehonderd katharen vrijwillig kozen voor de brandstapel omdat ze geen afstand wilden doen van hun opvattingen, stemt me treurig en vloekt met de schoonheid van het landschap om mij heen. Hoe is het mogelijk dat we waarheid zo klein kunnen maken dat de ander er niet meer in past, zo vraag ik me af. Verliezen we de waarheid juist niet uit het oog op het moment dat we haar ons willen toe-eigenen? Is waarheid niet oneindig veel ruimer dan onze menselijke maat?

Uitzicht vanaf Montségur

Als ik op een smal paadje langs de buitenmuren van de ruïne loop zet ik mijn voeten behoedzaam neer. Op verschillende plekken scheert het pad langs de afgrond die Montségur zijn onaantastbare aura geeft. Alsof het pad laat zien hoe moeilijk het is om aan waarheid vast te houden en hoe gemakkelijk het is om in een afgrond van blindheid te verglijden.

De gladde stenen op de Montségur

Gek genoeg is de weg naar beneden zwaarder dan omhoog. De gladde afgesleten stenen maken het tot een evenwichtsoefening die gemakkelijk verandert in een glijpartij. Eenmaal beneden realiseer ik me dat het pad misschien wel een grotere indruk op me heeft gemaakt dan de ruïne bovenop de berg. De ontelbare voetstappen vertellen het verhaal van een zoeken en een waarheid die mij oneindig overstijgen. Tegelijkertijd is Montségur, zo realiseer ik mij, een ongemakkelijke herinnering en waarschuwing: wie de waarheid in zijn bezit denkt te hebben heeft haar eigenlijk allang verloren.

– Thijs –

(Dit artikel is eerder gepubliceerd op de site van Dominicanen Nederland.)

Taal als contactsleutel

“La cuenta por favor”, in het beetje Spaans dat ik spreek, vraag ik om de rekening.

“Nuevo cinque” is wat ik versta, de rest gaat veel te snel en klinkt als abracadabra. De goedlachse jonge man achter de bar ziet mijn vertwijfelende blik. Hij zegt het nog een keer, iets langzamer. Dan laat hij het bonnetje voor ons wijntjes en tapas zien: 9 euro 50. Deze eindtwintiger verstaat geen Engels.

De sportvereniging van het Spaanse dorpje Villaseco de los Reyes

We staan al twee nachten op een camperplek op de parkeerplaats bij de plaatselijke sportvereniging van een klein dorpje in het midden van Spanje. Een prachtig stenig, leeg gebied. Er zijn geen toeristen. Het voelt verlaten. Zo niet bij de bar van de sportvereniging: vanaf een uur of vijf in de middag rijden auto’s af en aan. Thijs en ik warmen ons daar op bij de houtkachel. Ik zie een meisje, een jaar of 16 schat ik in, en probeer een praatje met haar te maken. Ik heb namelijk begrepen dat er momenteel veel aandacht is voor Engels op Spaanse middelbare scholen. Ook met haar lukt het niet om te communiceren. Ze kijkt schuchter en verlegen, ik druip weer af naar mijn plek bij de kachel.

Hier in ‘deep Spain’ zoals onze Spaanse schoonzus het noemt, wordt geen Engels gesproken. Maar wat mij vooral verbaast, is de schuchterheid zodra we Engels spreken of als ik met glimlach en gebaren mij verstaanbaar probeer te maken. Contact maken lukt ons bijna niet. In hetzelfde dorpje gaan we naar de mis. Er wordt kort naar ons gekeken, wij voelen ons twee lange reuzen. Wij knikken en glimlachen voorzichtig, maar krijgen geen respons. Na afloop ontstaat er geen contact. Na de viering hagelt het flink buiten, dus iedereen vlucht snel naar huis of naar de auto.

Villaseco de los Reyes

In Caleruega, het geboortedorp van Dominicus, dat we eerder op ons reis bezochten, vormde taal ook een belangrijk element. Bij het convent van de broeders werden we door de conciërge ietwat onaardig weggestuurd en doorverwezen naar het toeristenbureau. Daar, zo bleek, konden we een rondleiding regelen. Helaas, zo stond er op een bordje, moesten rondleidingen in het Engels van tevoren per e-mail aangevraagd worden. De aardige jongedame Laetitia verontschuldigde zich, haar Engels was – zo vertelde ze ons – niet goed genoeg om ons rond te leiden. Dat was het moment waarop we de aanbevelingsbrief van de Nederlandse provincie (vertaald in zeven talen waaronder het Spaans) tevoorschijn haalden. Laetitia besloot na het lezen van de brief ons alsnog het dorp te laten zien en alle dominicaanse plaatsen van betekenis. Met behulp van Google Translate, de achtergrondkennis van Thijs over Dominicus en het dominicaans leven, ging het prima. Sterker nog, het werd er allemaal veel persoonlijker door. Zij wat verlegen, wij extra bemoedigend. Voor ons alledrie was het een bijzondere middag. De brief in haar eigen taal bleek de sleutel voor contact.

Door deze reis besef ik des te meer hoe belangrijk taal is. Tot op zekere hoogte weet ik dat allang, maar door het zelf te ervaren en buiten toeristische gebieden te bewegen, wordt het nog duidelijker voor mij. Ik merk hoe essentieel het is om in elkaars taal ‘te stappen’ en over en weer kwetsbaar te durven zijn. Dat betekent voor mij me niet druk te maken om precieze verwoordingen en grammatica. Ik neem mij voor om in het vervolg anderstaligen in Nederland niet te snel (goedbedoeld) te corrigeren.

Om me toch enigszins verstaanbaar te kunnen maken ben ik snel aan de slag gegaan met het leren van Spaans via de laagdrempelige app Duolingo. Nu we weer meer richting noorden gaan, wordt het weer wat makkelijker met onze kennis van het Frans, Duits en Engels. Ik ben benieuwd hoe we later dit jaar in Oost-Europa contact gaan maken. Spannend, kwetsbaar en leerzaam tegelijkertijd.

– Barbara –

(Dit artikel is eerder gepubliceerd op de site van Dominicanen Nederland.)

Itinerant zijn is hard werken!

Noord-Frankrijk

Onderweg zijn spreekt tot de verbeelding. Het veranderende landschap, de ontmoetingen met mensen: het heeft iets avontuurlijks. Het contrasteert met de dagelijkse sleur. Reizen maakt dat je paden betreedt waar je doorgaans geen tijd en oog voor hebt. Gewoonweg omdat het niet past bij het strakke ritme en de gevoelde verplichtingen van het alledaagse leven. De mogelijkheden en perspectieven die dit opent, hebben van een afstand iets benijdenswaardigs. Geregeld heb ik werkend vanachter mijn bureau uitgezien naar de ruimte en de rust om te meanderen, te ontmoeten en te reflecteren. Weg van het gedwongen zitten, wandelend de wereld in.

Een dikke maand geleden hebben mijn vriendin Barbara en ik ruimte gegeven aan dit verlangen. Samen onderzoeken we wat het woord ‘itinerantie’ in de praktijk betekent. Hoe is het om met weinig op pad te gaan en te vertrekken zonder vastomlijnd doel of vooraf bepaalde bestemming? Hoe is het om veel oude zekerheden op te geven en met een open vizier de toekomst tegemoet te treden en te leven van wat je tegenkomt?

In ons kleine VW-busje hebben wij inmiddels behoorlijk wat kilometers gemaakt. De meeste tijd zijn we tot nu toe in Spanje verbleven. De uitgestrekte siërra’s (bergketens), wilde kusten en groene – soms bijna tropische natuur – maakten veel indruk op ons. Daartegenover staan de eindeloze regenbuien die we de afgelopen weken hebben ervaren. Een vochtig klein busje biedt weinig mogelijkheden als het weer niet meezit. Als alles klam of nat is verschuift het romantische en meeslepende beeld van de reiziger al snel naar de achtergrond.

Maar het meest intrigerend is misschien wel om de omkering te ervaren ten opzichte van het ‘normale’ werkende leven. De eerste maand van onze reis hebben we slechts een enkele keer kort een camping aangedaan. De meeste tijd sliepen we in ons busje in dorpjes of parkeerplaatsen. Het leven on the road was zo bezien afwisselend: iedere dag was anders en een verrassing. Een enkele keer hingen er midden in de nacht jongeren om de bus. Een andere keer parkeerden er auto’s dichtbij met onduidelijke bedoelingen.

Een camperplek in het afgelegen Spaanse dorpje Burujon

Het maakt dat je bezig bent met basale vragen: staan we hier goed? Is het hier veilig om de nacht door te brengen? Als je je vaste zekerheden opgeeft ben je – zo ervaren we nu – veel bezig met primaire vragen. De tijd en ruimte die je denkt te hebben om te lezen of om te schrijven is daardoor een stuk beperkter dan op voorhand gedacht.

Het klinkt wellicht gek maar het in beweging zijn en de onzekerheid die daar soms bij komt kijken maakt dat het leven onderweg met momenten hard werken is. Het is echt een breuk met ritme en de dagelijkse voorspelbaarheid die ik ken vanuit Nederland. Reizen is zo bezien geen vakantie. Het betekent je overgeven en je telkens opnieuw afstemmen op onvoorziene omstandigheden. Dat is spannend, maar op dit moment is er geen plaats waar we liever zouden zijn. Het leven ontvouwt zich elke dag anders en we zijn in het moment.

– Thijs –

(Dit artikel is eerder gepubliceerd op de site van Dominicanen Nederland.)