Gevonden worden

Voor vertrek kreeg ik weleens de opmerking: ‘Ik hoop dat je vindt waarnaar je op zoek bent.’ Goed bedoelde woorden, betrokken en uit een warm hart ook. Toch kon ik er maar moeilijk mee uit de voeten. Vinden wat ik zoek? Eerlijk gezegd ben ik niet op reis gegaan om iets te vinden. Eigenlijk was ik best tevreden: we woonden prachtig. Ik bof met familie, schoonfamilie en vrienden. Ook mijn collega’s op de universiteit mag ik stuk voor stuk erg graag. Kortom: niets om voor weg te rennen.

Uit eten vlak voor vertrek, niets om voor weg te rennen, Diepenheim.

Gekozen onzekerheid

Maar waarom op reis dan? Waarom mijn vertrouwde inbedding een tijdje loslaten en kiezen voor onzekerheid? Is dat niet stom? Weten wat je hebt biedt een comfortabele positie. Als je min of meer opnieuw begint moet je daarentegen maar kijken welke kaarten je krijgt toebedeeld. Het risico op falen of met minder te eindigen is veel groter dan wanneer je vasthoudt aan het oude. Helemaal waar: dat risico is er. Aan de andere kant is er ook de mogelijkheid om dingen te laten gebeuren, die mijn – die ons – leven op ongekende wijze kunnen verrijken.

Inspirerende schrijfomgeving, Harris, Schotland.

Een tijdje leven in onzekerheid klinkt ongemakkelijk. We zijn het niet gewend: onze Nederlandse samenleving doet er alles aan om het ongewisse weg te filteren en te beteugelen. We begraven ons collectief onder een berg van regeltjes en wetten. Iedere persoon dient daarnaast haarfijn zijn carrièrepad uitgestippeld te hebben, zodat je weet waar je de komende vijf jaar aan kunt werken. Natuurlijk, dat levert ons veel op: in materieel opzicht gaat het ons voor de wind. Veel minder oog is er echter voor wat uit het zicht raakt: de gedachte dat het onbekende ook een grote bron van rijkdom is, als je je durft over te geven en vragen een tijdje vragen durft te laten zijn.

Onverwachts geschenk

Veel interessanter vind ik dan ook de vraag: ‘Wat heeft mij – ons – gevonden gedurende onze reis? Er zijn twee woorden die me onmiddellijk te binnen schieten, welke ik hoop mee terug te nemen naar Nederland om daar verder uit te vouwen: ‘gastvrijheid’ en ‘eenvoud’. Barbara schreef al eerder over verschillende mooie ontmoetingen die we hebben gehad onderweg. Keer op keer viel ons op de meest onverwachte plaatsen hartverwarmende gastvrijheid toe. Ik realiseer me nog sterker dan voorheen dat met open armen ontvangen worden het kostbaarste is wat je overkomen kan. Dat ervoeren we in verre landen, maar ook in Nederland, toen we even terug waren. Daarnaast is er de eenvoud die ons gevonden heeft. Dag in dag uit ontdekken we hoe weinig we eigenlijk nodig hebben om een goed leven te leiden. Barbara en ik hebben beiden een bak met wat kleding en andere zaken: het is meer dan genoeg voor een comfortabel en overzichtelijk leven.

Gegeven vertrouwen onderweg: de honesty box, Lewis, Schotland.

Nieuwe toekomst

Nu we begonnen zijn aan de laatste weken van onze reis, hebben we helder voor ogen dat we ‘gastvrijheid’ en ‘eenvoud’ niet zomaar willen loslaten. We willen ze een grote plek gaan geven in ons leven. Hoe? Door een plaats te creëren waar beide woorden centraal staan. Hoe mooi is het om aan een tastbare plaats te werken waar je welkom bent om op adem kunt komen? Waar je even bij kunt komen van alle hectiek? Hoe mooi is het om een plaats te hebben waar je talenten kunt oefenen, waar dingen mogen mislukken, waar niets hoeft en waar je gewoon in alle eenvoud mag zijn zoals je bent? Heel mooi volgens ons. Nu op zoek naar een plek om deze droom niet te dromen maar te leven. We hebben heel veel zin in onze terugkomst.

– Thijs –

In het wild

Het is rond de klok van zeven. Ik schuif het gordijntje opzij en kijk over de Adriatische zee. De eerste zonnestralen vallen zachtjes op het blauwgroene water: a million dollar view. En dat helemaal voor niets. Twee dagen terug hebben we ons busje neergezet op een hoge rots aan de Albanese kust. We worden vergezeld door het ruisen van de zee en een herder die zo nu en dan voorbij komt met zijn geiten en honden. Verder is het stil, verder is er niets. En daarmee alles wat we kunnen wensen.

Ontbijt met uitzicht, Zvërnec, Albanië.

Binnen en buiten

Dagen in het wild zijn pareltjes. We hebben het geluk dat we er al heel wat hebben mogen ervaren. Met name in Schotland waren ze eerder regel dan uitzondering. Zo dichtbij de natuur ervaren we onze omgeving anders. De wind, de zon, maar ook de regen: ze zijn veel meer aanwezig in een kleine ruimte. Buiten is daardoor veel meer binnen. Tegelijkertijd zijn wij ook veel meer buiten.

Zvërnec, Albanië.

Zo merk je dat regenbuien vaak maar van korte duur zijn en dat je ook op regenachtige dagen vaak uitstekend kunt wandelen. Als je de tijd neemt valt er daarnaast veel te zien: zo zagen we in Bulgarije ijsvogels pijlsnel voorbij scheren boven een heldere rivier en een groene specht met een machtige rode kop van heel dichtbij. In Griekenland tuurden we met een verrekijker naar pelikanen en flamingo’s. Stuk voor stuk momentjes van schoonheid die ons blijven toevallen.

Aan het meer Limni Kerkinis, Griekenland.

Telkens afstemmen

Met de zon die steeds eerder achter de horizon verdwijnt, zijn de dagen telkens iets korter. Iets na vieren ’s middags zinkt de zon nu al weg in de Albanese zee. Het maakt de avonden en nachten lang en dat is niet altijd gemakkelijk op de “vierkante meter”. Het is een heel contrast met de lichte zomermaanden in het noorden van Europa waar de zon eindeloos leek te schijnen. We slapen daardoor nu veel meer dan in de zomer en stemmen ons onbewust af op het ritme van het licht: vroeg naar bed, vroeg uit de veren.

Lange avonden met helder maanlicht, Zvërnec, Albanië.

In je vezels

Het effect van buiten slapen merk je pas weer als je binnen bent. Zo slapen we sinds lange tijd ook weer wat vaker tussen vier muren. Met name als we een stad bezoeken boeken we weleens een hostel of een klein pension. Het is een welkome afwisseling, helemaal als de dagen grijs en nat zijn. Hoewel eenvoudig en goedkoop, is het comfort weldadig. Maar toch is er een gemis en word ik soms wakker met een beklemmend gevoel. De frisse lucht en het weidse uitzicht zijn in onze vezels gaan zitten de afgelopen tijd. Het is een onverwacht geschenk op een bijzondere reis. Een geschenk dat we zeker na terugkomst een blijvende plek willen geven in ons leven. Hoe? Daarop zijn we aan het broeden met onze terugkomst al in zicht.

– Thijs –

 

Ons blaffend welkomstcomité

Van sommige landen heb je een voorstelling, van andere veel minder. Voor mij is zo’n onbekend land Roemenië. Natuurlijk, ik heb er wel iets van beeld bij. Maar al met al niet veel. Het hoort bij de Europese Unie, het heeft een wilde natuur en het ligt aan de andere kant van Europa. De streek Transsylvanië roept daarnaast allerlei beelden op van Dracula. Al blijkt de gelijknamige iconische film van Bram Stoker – hoe ironisch – heel ergens anders geschoten te zijn. Verder moet ik het tot mijn schaamte doen met lelijke vooroordelen. Je hoort wel eens wat over gestolen auto’s die richting deze contreien verdwijnen. Althans, dat wordt gezegd.

Geen weg terug

Mijn onwetendheid en vooroordelen sneuvelden op een warme herfstmiddag als sneeuw voor de zon. Dichtbij de Transsylvanische stad Sibiu besloten we op een middag een mooie wandeling te gaan maken in de heuvels. Via een steil pad kronkelden we steeds hoger de heuvels in. Verre uitzichten over de omgeving, maakten plaats voor doorkijkjes door beukenbossen gehuld in prachtige kleuren. Eenmaal boven liepen we tussen golvende weilanden met her en wat verlaten huisjes. Veel activiteit was er niet: een grazend paard in een zee van zon.

Nadat we de kronkelweg door de weilanden wat verder gevolgd waren, bleken we toch minder alleen dan gedacht. Op het moment dat we tevoorschijn kwamen achter een klein heuveltje snelde een waar welkomstcomité ons tegemoet. Zeven grote honden naderden ons wild blaffend in sneltreinvaart. Omkeren kon niet meer. Wegrennen evenmin. In een kwestie van seconden stond de roedel om ons heen, de tanden ontbloot, klaar voor de confrontatie. Toen zagen we in de verte iemand aansnellen. Het was een oude boer die zijn honden tot de orde riep en ons met handgebaren kenbaar maakte dat we gewoon door konden lopen.

Onverwacht welkom

Misschien dat hij zich wat schaamde voor het kordate optreden van zijn honden, hoe dan ook nodigde hij ons uit voor een kop thee bij zijn eenvoudige huisje in de heuvels. De welkome toon van de boer transformeerde de roedel tot een uitgelaten escorte. Kwispelend en opgetogen verwelkomden ze ons in hun territorium. Een plek waar, zo bleek later, wandelaars een zeldzaamheid zijn.

Elkaar verstaan ging moeilijk. Dat kenden we al uit een eerdere kleurrijke ontmoeting in Polen. Toch kwamen we redelijk snel behoorlijk wat over de boer te weten. Hij bleek halverwege de zeventig te zijn en in een eerder leven als vrachtwagenchauffeur door communistisch Europa te hebben gereden. Sinds een paar jaar woonde hij hier boven in de heuvels. De honden waren voor hem aangenaam gezelschap aangezien zijn vrouw was overleden. Bovendien waren ze ideaal om de beren in het gebied op afstand te houden.

Hartelijkheid en eenvoud

We waren geraakt door het eenvoudige en toch ook harde bestaan van de man. Maar ook door zijn vriendelijkheid en generositeit. Toen we een klein uurtje later weer op weg gingen gaf hij ons wat munt mee voor de thee. Zelf aangeplant bij het beekje dat langs zijn huis stroomt. Ook stopte hij ons een appel toe voor de terugweg naar beneden het dal in.

Voordat ik in Roemenië kwam wist ik niets van het land. Na anderhalve week is dat nog steeds weinig. Toch heeft de ontmoeting in de heuvels het land voor mij kleur gegeven. Het heeft iets veranderd. Een vaag gevoel heeft een gezicht gekregen. Een gezicht van welkom, een gezicht van delen.

– Thijs –

Vreemde gezichten

De afgelopen maand hebben we verschillende uithoeken van Polen gezien. Na een warm familiebezoek in het westen reisden we naar de noordelijke stad Gdańsk (het voormalige Danzig). Van daaruit naar de oerbossen in het oosten op een steenworp afstand van de Wit-Russische grens. Na de hoofdstad Warschau te hebben aangedaan in het midden van het land zakten we af naar het zuiden. We bezochten de oude stad Krakau en verbleven de laatste dagen in het Tatragebergte.

Het prachtige berggebied in het zuiden van Polen vormde de afsluiting van een mooie en bewogen maand. We bezochten mooie steden maar ook onwerkelijke plekken. Zo waren we in Mazurië – het noord-oosten van Polen – bij Hitlers Wolfsschanze: een megalomane verzameling van bunkercomplexen waar der Führer verreweg de meeste tijd gedurende de Tweede Wereldoorlog verbleef. Ook bezochten we, nabij Krakau, Auschwitz. Nieuw waren de verhalen die we er hoorden en lazen natuurlijk niet, maar de waanzin en de pijn van deze plaats blijven ieder bevattingsvermogen te boven gaan. Inktzwarte vlekken wennen nooit.

Als op een ander continent

Met het passeren van de Slowaakse grens gebeurde er iets onverwachts. We zagen van het ene op het andere moment tal van mensen met een geheel ander uiterlijk dan dat we tot dan toe hadden gezien in Polen. Blanke Poolse gezichten maakten plots plaats voor donker getinte mensen die er haast Indiaas uitzagen. Tal van dorpen in Midden- en Oost-Slowakije bleken geheel bevolkt door Roma.

Het contrast raakte me. Polen vond ik witter dan wit. Zelfs met een vergrootglas was het zoeken naar een ander tintje. Het platteland van Slowakije leek daarentegen niet op een buurland, maar op een land gelegen op een heel ander continent.

Grote ogen

Wij keken met grote ogen naar de verandering die zich, met het passeren van de grens, binnen een uurtje op haast onwerkelijke wijze voltrok. Huizen maakten plaats voor bouwvallen. Sommige mensen woonden zelfs in krotten, zoals ik ze eerlijk gezegd alleen eerder heb gezien in sloppenwijken. Ik zag een povere levensstandaard die we in Nederland helemaal niet meer kennen.

Tegelijkertijd vielen wij ook op. De vele kinderen op straat, maar ook de ouderen op bankjes keken ons na terwijl wij rustig voorbij sukkelden in ons rode busje. We keken niet alleen naar vreemde gezichten, we waren zelf ook vreemde gezichten. Passanten met een vreemd kenteken. Voor eventjes in een geheel andere wereld.

Één Europa

De plotselinge verandering galmt nog na. In mijn gedachten over Europa bijvoorbeeld. Hoe vanzelfsprekend is de veronderstelde eenheid eigenlijk? Ook deze andere wereld voorbij de Slowaakse grens is Europa. Maar daar sta ik eerlijk gezegd in mijn alledaagse leven in Nederland niet vaak bij stil. Ook schuurt het gelijkheidsprincipe. Hoe gelijk zijn we eigenlijk? Het gemak waarmee wij ons door Europa verplaatsen staat in schril contrast tot al diegenen die worden tegengehouden door harde grenzen. De een heeft toch meer rechten dan de ander. Het is een ongemakkelijk en confronterend gegeven. Ik besef het me meer dan ooit nu we onderweg zijn.

– Thijs –

Tevreden in de kou staan

Het is half acht ’s morgens, de wekker gaat. Een voor een komen we naar beneden, de thermometer geeft drie graden Celsius aan. Buiten ligt er een laag koude dauw over het grasveld waarop ons busje staat. Een schril contrast met het warme zomerweer dat ons zolang vergezeld heeft. Het zou heel koud moeten voelen, maar gek genoeg valt dat wel mee. De afgelopen weken is het in Polen en Slowakije gedurende de nacht steeds wat verder afgekoeld en het lijkt wel alsof we er aan gewend zijn geraakt. Dikke jassen hebben we niet aan. Stevige warme schoenen evenmin.

Onverwacht gemak

Gek is dat. Vooraf maakten we ons een beetje druk over de kou. Maar nu de kou met de Oost-Europese herfst langzaam intreedt, valt het eigenlijk best wel mee. Het zegt volgens mij iets over ons aanpassingsvermogen. Niet zozeer dat van Barbara en van mij, maar dat van mensen in zijn algemeenheid. Vooraf klinken veel dingen wat ongewis, spannend of ongemakkelijk, maar zit je er eenmaal middenin dan gaat het in de meeste gevallen als vanzelf. Het opzien tegen het ongemak is vaak groter dan het gevreesde ongemak zelf. Sterker nog: sommige schijnbare ongemakken blijken onverwachte voordelen te hebben. Zo is ons bed boven maar 1 meter en 10 centimeter breed. Bij een lengte van 2 meter is dat niet bepaald ruim te noemen. Ook vraagt het de nodige acrobatiek om erin te komen. Vooral de tweede persoon die ’s avonds slapen wil dient behoorlijk wat toeren uit te halen voordat hij geïnstalleerd is. De kleine ruimte is echter wel heel warm. Zelfs rond het vriespunt liggen we warm en behaaglijk in onze daktent. Ik had niet verwacht dat we er met dit koude weer zo heerlijk zouden slapen.

Creatief door schaarste

Aanpassingsvermogen uit zich ook in creativiteit. Zo koken we op kleine gasflessen van Campingaz. Dat is behoorlijk gangbaar in West-Europa. In Oost-Europa is dat echter niet het geval. Sterker nog: hier is het type fles dat precies past in ons busje met geen mogelijkheid te krijgen. Het maakt dat we op allerlei manieren gas proberen te besparen. De afgelopen twee dagen hebben we de kolen van ons bescheiden kampvuurtje gebruikt om aardappels te poffen. Ideeën uit nood geboren zorgen voor lekkere en onverwachte gerechten voor de komende dagen. De jacket potatoes en tortilla wachten al op ons.

Eenvoudig rijk

De dagen dat we nog onderweg zijn slinken snel. Ongetwijfeld zullen we ook snel weer gewend zijn aan tal van gemakken die we in Nederland zo gewoon zijn. Ik kijk al uit naar een eigen douche, stromend warm water en een oven om lasagnes en hartige taarten mee te bakken. Tegelijkertijd hoop ik dat het ons lukt om de eenvoud die we nu ervaren vast te houden. Het is rijkdom te weten met hoe weinig je toekunt. Ons aanpassingsvermogen is een groot geschenk.

– Thijs –

UK: slotakkoord, wonderlijke ontmoetingen

Onderweg maken we heel veel mee. Bijna dagelijks verplaatsen we ons. We zien prachtige plaatsjes, eeuwenoud, vol verhalen van weleer. Ook laven we ons aan de overweldigende natuur in al zijn facetten: indrukwekkende berghellingen, verstilde bossen, kabbelende beekjes en zonsondergangen die zichzelf telkens veranderen in weer een nieuw overdonderend schilderij, dat zich even aan ons laat zien om daarna voorgoed te verdwijnen.

‘Thuis’ waar je ook bent

Met regelmaat ontmoeten we daarnaast mooie mensen. Eerder vertelde ik over Gary. We kwamen hem tegen op een kleine camping in de middle of nowhere in het zuid-westen van Schotland bij Galloway Forest. We bleken gelijk een klik te hebben en maakten gedrieën muziek: hij op z’n harmonium, wij zingend en gitaar spelend. Fijn om mooie mensen te ontmoeten. Het geeft je een gevoel van ‘thuis’, waar je ook bent.

Een paar weken later waren we in Gary’s woonplaats: het Engelse Otley, in de Yorkshire Dales. We besloten hem spontaan een sms’je te sturen en hij kwam direct naar de pub waar wij al druk in gesprek waren met de locals. Het was een feestje om hem weer te zien. Daarnaast zorgde onze ontmoeting ervoor dat we de dag erna optraden. Ons weerzien maakte dat we ons na twee dagen in dit dorpje helemaal op onze plek voelden. Bij de supermarkt werden we herkend als die buitenlanders die de avond ervoor muziek hadden gemaakt op het open podium. Mooi om te zien hoe snel muziek je verbindt met andere mensen. Op de een of andere manier zijn daar geen lange gesprekken voor nodig. Met pijn in het hart vertrokken we na drie dagen uit Otley. Vastbesloten om in contact te blijven met Gary.

Uit het oog, niet uit het hart

Na Engeland reisden we naar Wales. Een prachtig land met een indrukwekkende kustlijn. Ook daar hadden we het erg naar onze zin. Niet in de minste plaats omdat we daar een paar dagen samen op de camping stonden met mijn zus Marije, haar man Roy en de kinderen. Altijd een cadeautje als wegen zich ongedwongen kruisen en je een paar dagen kunt genieten en lachen met elkaar. Met het verstrijken van de tijd lag Otley inmiddels steeds verder achter ons. Wat overigens niet betekende dat we het er niet geregeld met elkaar over hadden. Met lichte heimwee dachten we soms terug aan onze tijd daar. Intrigerend hoe een relatief korte periode (een dag of drie) zo’n indruk kan maken op een mens.

Onverwacht weerzien

In de buurt van Dean Forest – een mooi bos in Wales dichtbij de Engelse grens – stopten we op een morgen bij Dell Castle. We dronken een kop koffie en ik belde met mijn broer Brecht. Tijdens mijn gesprek hoorde ik Barbara zeggen: “Nou ja! Volgens mij loopt daar Gary!” Voordat ik op of om kon kijken snelde ze ons busje uit om haar vermoeden te bevestigen. En ja hoor, inderdaad, het was Gary. Hij bleek een paar dagen met familie in Wales een huisje gehuurd te hebben. Zojuist had hij zijn vriendin naar het station gebracht en besloot nog even bij Dell Castle een kop koffie te drinken en een momentje voor zichzelf te hebben om zich daarna weer in het familiegedruis te voegen.

Verbaasd en ook een beetje sprakeloos liepen we met elkaar naar een plaatselijk koffietentje, kletsten bij en genoten van het weerzien. Toen ieder weer zijnsweegs ging konden Barbara en ik er niet met elkaar over uit: hoe was het mogelijk dat we hem hier – uren rijden van zijn woonplaats – spontaan tegenkwamen? Als hij net ergens anders had geparkeerd, als wij iets later waren aangekomen, als Barbara net niet had gekeken, dan hadden we elkaar niet gezien.

Een gebrek aan woorden

Bij gebrek aan beter betitelen we dit soort ontmoetingen maar als ‘toeval’. Maar als je het mij vraagt heeft dat meer te maken met ons onvermogen woorden te kunnen geven aan kleine wondertjes. Een persoon spontaan weer tegenkomen in een zee van anderen en in een zee van factoren en omstandigheden die net even anders hadden kunnen zijn, heeft iets magisch. Het maakt dat ik vol verwondering naar onze wereld kijk. Dankbaar voor het moois dat je op de meest onverwachte momenten toevalt.

– Thijs –

Overdaad voor het oprapen

Soms vraag je je af: ‘Goh, waarom hebben we dat eigenlijk niet in Nederland?’ We zijn inmiddels een behoorlijke tijd in de UK. Daar valt ons op dat je in steden – maar zeer zeker ook in dorpen – erg veel charity shops hebt. Deze liefdadigheidswinkels draaien op vrijwilligers en de opbrengst van de verkoop gaat naar het goede doel. Er zijn winkels van grotere spelers: de British Heart Foundation, Oxfam, allerlei soorten kankeronderzoek. Maar ook van kleine en lokale initiatieven: winkels die zich vurig inzetten voor daklozen, de opvang van gedumpte huisdieren, of zoiets obscuurs als antieke vliegtuigen uit de Tweede Wereldoorlog.

Tussen gezellige cafeetjes

Natuurlijk, in Nederland hebben we tal van kringloopwinkels, hoor ik je denken. Dat klopt, die hebben we zeker. Wat me echter vaak opvalt als ik daar ben, is dat het een behoorlijke toer is om daar te komen. Het lijkt wel alsof ze eerder ontoegankelijker dan toegankelijker worden. Voorbeeldje. In Nijmegen – de stad waar ik behoorlijk wat jaren hebt gewoond – heb je Het Goed. Deze winkel met allerhande tweedehands producten zat lange tijd in één van de drukste winkelstraten van de stad. Sinds een jaar of twee is de winkel echter verplaatst naar het industrieterrein. Eerlijk gezegd ben ik er sindsdien maar één keer geweest: toen we ons huis aan het opruimen waren en ik hoognodig dingen moest wegbrengen. In de UK vind je daarentegen de charity shops volop in de hoofdstraten van dorpjes en steden. Niks zoeken op een guur industrieterrein, gewoon tussen de gezellige cafeetjes en andere winkels vind je wat je nodig hebt.

Thijs met zijn ‘nieuwe’ korte broek bij de Aysgarth Waterfalls, Engeland
Een scheur op kruishoogte

Een paar weken terug zat er een scheur in mijn korte broek (ik behoor tot het ongelukkige soort waarvan broeken razendsnel slijten). Een scheur op kruishoogte: niet echt een florissant gezicht, dus snel naar de charity shop. Ik werd getroffen door het grote aanbod. Binnen no time had ik een mooie ‘nieuwe’ tweedehands broek. Niks karig aanbod. Daarnaast alles fris en schoon. En dat voor een euro of vier.

Dat onze ecologische voetafdruk veel te groot is weten we eigenlijk best. Over de kledingindustrie en alle mistanden die daarbij horen (van uitbuiting in naaiateliers en ondoorzichtige productieketens) kun je ook eindeloos lezen op het internet. Waarom – zo vraag ik me af – hebben we dan niet meer liefdadigheidswinkels in Nederland? Er is eindeloos veel goede kleding die belandt in de verbrandingsoven. Met gemak kan deze overdaad een betere bestemming krijgen, als je het mij vraagt.

Pennine way, Peak district, Engeland

Nederlanders – een behoorlijk deel (including me) – heeft last van een chronisch ‘teveel’. Hoe heerlijk is het om dit ‘teveel’ te kunnen doneren aan een goed doel? Daarnaast: wat is er fijner dan iets kopen in een winkel waarvan je weet dat de opbrengst goed besteed wordt? Iedereen wint, óók onze zuchtende planeet.

– Thijs –

 

 

Gegronde genade

Leven van wat je toevalt is een intuïtie die centraal staat in de dominicaanse spiritualiteit. Niet wij maken de wereld, maar we leven van wat we krijgen aangereikt: van de ‘genade’ om het plechtig te zeggen. Dat klinkt heel mooi, maar ietwat abstract tegelijkertijd. Zeker als deze ontvangende beweging wordt verbonden met grote woorden raken minder “ingewijde” mensen al snel de draad kwijt, zij vragen zich af wat deze hoogdravende theologische taal betekent. En eerlijk gezegd hebben ze daar een punt. Ook ik heb soms de neiging om me te verliezen in mooie vergezichten en eloquente woorden. Ik schrijf of ik praat in jargon. Ik vergeet de ander mee te nemen in wat ik écht wil vertellen. Het brengt me uit contact, omdat ik de ander niet daadwerkelijk meeneem in wat ik wil delen.

Het huis van Alice

Nu is er niets mis met grote woorden. Een groot en misschien ook wel ouderwets woord als ‘genade’ hoeft wat mij betreft niet geschuwd te worden. Het draagt veel betekenis in zich. Wél is het denk ik belangrijk ‘oude’ woorden beter in te kleuren en te verbinden met alledaagse tastbare ervaringen. Pas dan gaan deze woorden leven. Pas dan voelen ze relevant. Pas dan hebben deze woorden een zeggingskracht die de eigen instemmende en ‘ja’-knikkende groep overstijgt.

Op onze reis proberen wij ook te leven van wat ons toevalt door ons af te stemmen op de mensen die we ontmoeten en gebeurtenissen die de revue passeren. Dat levert hartverwarmende momenten op: het zo op het eerste gezicht oubollige woord ‘genade’ blijkt voor ons steeds groter dan gedacht en verwacht. Telkens weer zijn we geraakt door mooie mensen die we op ons pad mogen ontmoeten. Zij leren mij wat dit woord in de praktijk betekent.

Zo kwamen we aan de Schotse westkust in het kleine plaatsje Shieldaig een vrouw genaamd Alice tegen. Wat ons samenbracht was niets hoogdravends, integendeel: we waren op zoek naar een wasserette om onze was te doen. Onze vraag moest ze helaas met ‘nee’ beantwoorden. Een kort moment later haalde ze echter haar huissleutel tevoorschijn en gaf deze aan Barbara met de woorden: “Hier heb je mijn huissleutel, doe de was maar bij mij.” Zelf ging ze eropuit om een ochtendwandeling te maken, maar ze had er alle vertrouwen in dat wij ons wel zouden redden in haar huis. Na haar terugkomst zaten we al snel met z’n drieën aan de tea and biscuits en hadden we gesprekken over haar jeugd, de grote stad Glasgow waar ze gedurende haar werkende leven had gewoond en gewerkt, en haar terugkeer naar haar geboortehuis in dit kleine pittoreske kustplaatsje. Na de thee vroeg ze of we ook wilden douchen. Een aanbod dat wij reizigers natuurlijk niet afsloegen. Na het aanvullen van onze watervoorraad gingen wij weer op weg, intens geraakt door haar vriendelijkheid en vertrouwen.

Thijs zingt een liedje van Tom Waits, Barbara doet de backing vocal, Gary speelt gitaar, een vriend van hem drumt

Een week of twee later stonden we in het zuiden van Schotland op een camping waar opeens Gary aan kwam lopen. Gary, eind veertig, was in een vorig leven ceo geweest, maar was zijn baan een jaar geleden kwijtgeraakt. Hij was overbodig verklaard en had wat geld meegekregen. Wij zagen echter geen uitgebluste man maar een sprankelend rustig persoon vol ideeën. Een man die muziekdocent was geworden, een eigen muziekstudiootje had opgezet en ski’s waxte in de winter: gewoon omdat hij het fijn vond om te werken met zijn handen. Na op de camping een fijne tijd samen te hebben gehad, wisselden we onze contactgegevens uit. Toen we in noord-Engeland in zijn woonplaats waren, zagen we elkaar weer. Al snel vonden we onszelf terug bij hem thuis en stimuleerde hij ons om wat nummers te zingen en te spelen in een van de plaatselijke pubs op een vrijdagavond. Daarmee bracht hij iets in ons naar boven waar wijzelf niet opgekomen waren. Hij opende een deur waardoor we ons binnen een paar dagen thuis voelden in het Engelse plaatsje Otley. En dat terwijl we er maar kort waren geweest.

Kijken en luisteren naar andere optreden tijdens de ‘open mic’

Onze ontmoeting met Alice en Gary zijn zomaar twee ontmoetingen met vreemden die in korte tijd niet meer als vreemden voelden. Hun openheid en hartelijkheid maakten dat het onbekende plots als vertrouwd aanvoelde. Aan de andere kant durfden wij ons ook af te stemmen op de personen die we op ons pad tegenkwamen: we zeiden ‘ja’ tegen de uitnodigingen en ontmoetingen op onze weg.

Als ik aan onze ontmoetingen met Alice en Gary terugdenk dan zie ik de sprankeling van iets dat wij, Barbara en ik, niet eigenhandig maken. Het wordt ons gegeven en ontstaat in interactie met anderen. Zo bezien proberen we onderweg te leven van wat op ons af komt en ons gegeven wordt. De rijkdom die ons toevalt, hebben we niet zelf in de hand, al zijn we er wel onderdeel van. Ze geeft zich te kennen in de vrijgevigheid van de ander. Geen abstracte ‘genade’, maar gegrond, klein en concreet: vertrouwen in de vorm van een huissleutel, een warme douche en schone kleren, of de uitnodiging tot samen musiceren. We voelen ons de hemel te rijk door wat ons toevalt.

– Thijs –

(Dit artikel is eerder gepubliceerd op de site van Dominicanen Nederland.)

 

Verbeelding die stroomt

We kamperen in het wild op het Schotse eiland Arran. Vanaf de zuidpunt van het eiland kijken we uit over de zee: een prachtig idyllisch plekje. Met het vallen van de avond is er een Duits gezin naast ons komen staan. Ze zijn degelijk voorbereid: binnen no time hebben ze zichzelf geïnstalleerd en genieten ze van de ondergaande zon. Als ik onze buren eens wat beter bekijk, valt me iets op: ze hebben drie kinderen, maar hebben geen speelgoed bij zich. Als we even later in gesprek zijn met hen vertelt Hendrik, onze buurman, dat ze eerder nog wel Lego meenamen, maar dat de kinderen zich tegenwoordig uitstekend vermaken met wat op hun kampeerplek voorhanden is. ‘Laat ze hun verbeelding maar gebruiken,’ zegt Hendrik. Ik knik instemmend. Van kinderen opvoeden weet ik niet veel, maar wat ik hier zie raakt me. Jezelf met niets vermaken in onze cultuur van overvloed en consumptie. Een knappe ouder die dat voor elkaar krijgt bij zijn kinderen bedenk ik bij mijzelf.

Overnachtingsplek Arran (zuiden), Schotland

Niet lang na onze ontmoeting met Hendrik en zijn gezin valt mijn oog op een stuk over de Amerikaanse schrijfster A.M. Homes. Zij geeft college op de vooraanstaande universiteit Princeton over ‘het verzinnen van dingen’. Het klinkt stompzinnig, dat is het niet. In het artikel zegt Homes: ‘ … Mijn schrijfstudenten op Princeton moet ik er constant toe zetten om iets te verzinnen. Om niet alleen over zichzelf, of mensen zoals zichzelf te schrijven. Op Princeton zitten de slimste kids van het land, en toch hoor ik ze zeggen: ‘iets verzinnen, wat bedoel je?’ Precies het schrijven opent volgens Homes de mogelijkheid je te verplaatsen naar het écht andere. Het maakt dat bijvoorbeeld een witte man in de huid van een zwarte vrouw kan kruipen en andersom, vanuit de intuïtie dat voorstelling en verbeelding niet exclusief zijn, maar dat we in verbeeldingskracht over kunnen steken naar de ander. Schrijven zorgt er volgens Homes zo voor dat je ‘vooruit leest in de cultuur’ en het heden en de toekomst beter kunt begrijpen. Ze eindigt met een kritische noot: ‘Princeton kan wel zeggen dat het de leiders van de toekomst opleidt, maar totdat deze mensen iets leren uit te vinden en een visie ontwikkelen, zullen ze niet leiden, maar slechts absorberen en volgen.’ Verbeelding dus: niet als iets extra’s waar we tegen heug en meug óók nog bij stil moeten staan, maar als noodzakelijkheid: verbeelding als brug naar de ander, een grond-ingrediënt voor empathie en voor het je kunnen verplaatsen in de complexiteit die ons omringt en op ons afkomt.

De Duitse buren op de overnachtingsplek in het zuiden van Arran

De Nederlandse schrijver en jurist Maxim Februari constateert in een recente column iets soortgelijks als Homes. Als lid van de jury van de Libris Literatuurlijst in 2017 beoordeelde hij meer dan tweehonderd romans van hedendaagse auteurs. Wat hem bij het lezen daarvan opviel was dat veel handelingen van boekpersonages volledig waren uitgeschreven. Weinig wordt meer aan de lezer zelf over gelaten: ‘afgemeten’ en ‘rechtlijnig als een filmscript’ wordt de lezer mee op weg genomen. Net als Homes ziet Februari dat de verbeelding ver te zoeken is.

Februari sluit zijn scherpe column niet af met een sneer naar de schrijvers. Hij wijst in plaats daarvan op de maatschappelijke hick ups die ons omringen en waar de schrijvers zelf uitingsvorm van zijn. Het is onze cultuur die volgens hem niet mee neuriet. Ook nodigen wij jonge mensen te weinig uit tot experimenteren, zowel in de openbare ruimte als in het landschap. Het maakt dat mensen – schrijvers incluis – vooral binnen de lijntjes kleuren, bang om te worden afgerekend in een cultuur die haast lijkt te verdrinken in prestatiedruk.

Het zijn woorden die me op wat pessimistische momenten wat onrustig maken. Het helpt me als ik op deze momenten terugdenk aan de woorden van Hendrik. Ik zie de kinderen weer spelen op het grasveldje op Arran in de ondergaande zon. Ze leven een hoopvol verhaal dat op veel plaatsen in stilte aanwezig is, maar waar vaak overheen gekeken wordt. Ze leven een verhaal waarin ik wil geloven. Ik zie een toekomst waarin de verbeelding stroomt.

– Thijs –